Nieuws

70-jarig bestaan VCK - Deel II

 

VCK 1 kampioen, seizoen 1957-1958. Staand vlnr: Sjaak van Breda, Jan Luteijn, Piet de Potter, Toon Smid, Karel Bömer, Jan Koene, Jaap Bimmel. Zittend vlnr: Piet Hollebrandse, Chris Flipse, Ko Simonse, Piet van Breda, Jan Wisse, Piet de Jonge.
   
DEEL II DEEL I: Groot vurig verlangen werd realiteit! »

Zoals beloofd zou ik nog een vervolg schrijven. Dus dan maar achter de p.c.

Vervoer: In die tijd begon ik als B-junior. We speelden tegen één of meer elftallen van clubs uit de omgeving. Zo kende Vlissingen wel vier voetbalverenigingen; te weten E.M.M., De Zeeuwen, Walcheren en Vlissingen. De velden lagen o.a. bij de Keersluis. Grasmat als in de Sahara of Gobi-woestijn. Maar niet zeuren. Om met de woorden van de legendarische trainer Ernst Happel van Feyenoord te spreken: “Kein gelul, spielen”! In Souburg was natuurlijk RCS de club en Middelburg telde er twee: Zeelandia en Middelburg. We fietsen meestal onder begeleiding van dhr. Vergers (bekend van de Knapenvereniging) naar het beoogde terrein. Hij vulde ook de wedstrijdformulieren in.

Na mijn juniorentijd promoveerde ik gelijk naar VCK 1; waar ik tussen Bram Leijnse, Piet de Jonge, Jan Luteyn, Chris Flipse en broer Ko kwam te staan. Als jong broekje - die mannen waren 10 jaar ouder - moest ik mijn plek maar zien te vinden. ’t Was niet altijd even gemakkelijk, maar blijkbaar had ik voldoende vaardigheden en talent; waardoor ik me jaren heb kunnen handhaven.

In die periode werd het vervoer van de voetballers aanvankelijk met bussen van de SW (Streekvervoer Walcheren) geregeld. 't Was vaak Ali van Chris Flipse die tijdens de reis ons clublied inzette en de anderen zongen dan uit volle borst mee. Zo werd de stemming erin gezet!!!!! Bij winst op de terugweg klonk het clublied dan opnieuw!!

Moest er in Zeeuws-Vlaanderen (Hoek, AZVV) gespeeld worden, dan hoopten we dat Piet Minderhoud uit Westkapelle, Albert Kik uit Middelburg, Jan Parent of Piet van der Reest uit Souburg aan het stuur zaten. Die mannen dorsten het gaspedaal in te trappen en dan waren we in ieder geval op tijd weer thuis. Troffen we echter Leen Jobse uit Biggekerke aan, dan zuchtte een ieder. We zouden de vereiste boot niet halen, want een hobbelpaard deed het al sneller. Aangezien de kosten voor busvervoer nogal op de begroting drukte werd later overgeschakeld naar particulier vervoer. Niet meer zo gezellig, maar de centjes waren hier bepalend..

Materiaal: Toen dus in 1948 het besluit genomen was dat er gevoetbald ging worden in Koudekerke rezen er nog vele vragen; o.a: Waar gaan we spelen, wie zorgt voor de inrichting van het veld en materiaal enz enz?????? Broer Ko trok ook hier het initiatief naar zich toe en legde een oranje gekleurd boekje aan; waarin hij de namen van leden noteerde die werkzaamheden hadden verricht bij het speelklaar maken van het veld. Belijning, netten ophangen en cornervlaggen plaatsen en het ruimen van dierlijke uitwerpselen; t.w: koeienstront en schapenkeutels. Veelal waren het dezelfde mensen die paraat stonden. Maar één van de belangrijkste zaken voor voetballers in die tijd waren:

his balveterDE BALLEN!!!
De aanschaf, onderhoud en reparatie van de ballen werd uitbesteed aan Ko Sturm aan de Biggekerksestraat (nu Schuttestraat). Deze ambachtsman - en dat vonden we toch wel bijzonder - was bevindelijk van opvatting. Wanneer hij ’s zondags met hoed op zijn fiets ter kerke reed - diep over zijn stuur gedoken - kwam er nauwelijks een woord over zijn lippen. ’t Was sabbat en Ko was blijkbaar in zichzelf gekeerd.

Vanaf maandag tot en met zaterdag was Ko in zijn werkplaats te vinden en genoot dan van zijn vak. Toen hij dus ook de klandizie kreeg van VCK veranderde ook zijn assortiment. Er verschenen voetbalschoenen in zijn magazijn en verdere aanverwante artikelen. Zijn werkplaats werd spoedig een hangplek. Vooral tegen het weekend zat zijn werkplaats vol met jeugd en ouderen op stoel, trap of waar maar een plekje te vinden was. Viel er een onvertogen woord; dan kon de dader rekenen op een fikse berisping of in het uiterste geval vloog er een stuk gereedschap richting de boosdoener. Tot grote hilariteit van de rest van het gezelschap.

Menige mop, dorpsroddel en achterklap en politiekdispuut is daar de revue gepasseerd. Vrijdags of zaterdagmorgen werden de wedstrijdballen speelklaar gemaakt. Daar moesten extra handen aan te pas komen omdat toen nog ballen werden gebruikt met een binnenbal. Die binnenbal met tuit moest met de fietspomp op spanning gebracht worden. Daarna werd de tuit omgeklapt en dichtgebonden om vervolgens in de buitenbal te verdwijnen. Met een veter werd de laatste dicht gegespt. Ko eindigde met een paar forse tikken van zijn schoenmakershamer op de veter. Dan voelde de bal bij het kopwerk wat minder. De senioren speelden met een vijfje en de junioren met een drietje. (Grootte van de middellijn.)

his schoenenDe schoenen moesten ook regelmatig gecontroleerd worden of de spijkers van de doppen er niet te veel uitstaken. Was dat wel het geval dan kon de tegenstander pijnlijk letsel oplopen tijdens de wedstrijd. Bij menig voetballer zijn de littekens van opgelopen averij nog altijd te zien. ’t Was Sturm die met een paar forse tikken met de hamer op de leest de “doorgegroeide spijkers” op zijn juiste plaats zette. Soms - op slechte velden - was/waren er dop/pen verdwenen en moesten er nieuwe gezet worden. Maar… Ko wist raad. Een hangplek om nooit te vergeten!!!!!!

Tot slot: Na mijn verhuizing naar Ritthem begon er een ander leven. Ik maakte kennis en gaf inhoud aan andere sporten; zoals Korfbal, schaken en Gehandicapte sport. De meerdere SPECIAL OLYMPICS met de zgn G-zwemmers was ook een hoogtepunt in mijn vrijwilligerswerk. In die tijd volgde ik VCK op afstand, om de laatste jaren weer de draad op te nemen om wedstrijden van de club - waar ik onvergetelijke, onuitwisbare en waardevolle herinneringen bewaar - te bezoeken.

VCK:  was - is - en blijft mijn club. Van harte met dit jubileum en veel succes in de toekomst!!!!!!

OLD-timer Jan
 

gevondenN3